Mitigatie betekent vermindering van de snelheid en omvang van klimaatverandering door het terugdringen van broeikasgassen. Om het effect van mitigatie maatregelen in Nederland te vergroten, wordt binnen KvR onderzoek gedaan naar duurzame energiedragers en naar maatregelen om de uitstoot van landgebonden broeikasgassen te verminderen.
Mitigatie, dat wil zeggen het voorkomen en verminderen van de uitstoot van broeikasgassen c.q. de verhoging van de opname van broeikasgassen, zal voornamelijk plaatsvinden in de sectoren energie, transport, industrie, landbouw en bosbeheer. Kennisontwikkeling speelt in op vragen die momenteel spelen over duurzame bedrijfsketens, energiebesparing, emissiehandel en koolstofneutraal ruimtegebruik binnen de bovengenoemde sectoren.
Met de projecten binnen het thema Mitigatie willen we de volgende kennisvragen beantwoorden:
Hoe kan onze ruimtelijke infrastructuur emissiearm, “klimaat neutraal” worden (her)ingericht?
Welke landgebruikmaatregelen bestaan er met betrekking tot de bronnen en “putten” van broeikasgassen? En hoe effectief zijn deze?
Met welke slimme en uitgekiende bedrijfsvoering in de landbouw (o.a. gewaskeuze, waterhuishouding op perceelsniveau, bemesting) en in de bosbouw (rotatie periode, boomkeuze, herbebossingprojecten) kunnen broeikasgassen worden vastgelegd in vegetatie en bodem? En is deze te combineren met andere functies in het landelijk gebied, zoals recreatie, biodiversiteit en waterberging?
Hoe concurreren koolstofneutrale energiebronnen met andere landgebruikvormen om de schaarse Nederlandse ruimte?
Het thema mitigatie is gecentreerd rond twee met elkaar in verband staande subthema’s:
Emissie, opname en integrale monitoring van broeikasgassen en
Ruimtelijke claims en inpassing van duurzame energiedragers.
Mitigatie verantwoordelijkheid binnen Nederland wordt naar steeds meer beleidsniveaus gedelegeerd, van nationaal tot gemeentelijk, en in de publieke én private sector. Via allerlei belangenorganisaties, NGO’s, ministeries, provincies, gemeentes en bedrijven, zullen ook burgers meer en meer betrokken raken bij het klimaatvraagstuk. We kunnen momenteel waarschijnlijk net aan de verplichtingen onder Kyoto gaan voldoen. Echter, wanneer reductieverplichtingen (veel) groter worden in de periode na 2012 (post Kyoto), zijn in nationaal en internationaal verband grote belangen gemoeid, waaronder financiële belangen. Mitigatie raakt dus direct aan de concurrentiepositie van Nederland. De kennisontwikkeling binnen KvR speelt in op actuele vragen zoals over duurzame bedrijfsketens, energiebesparing, emissiehandel en koolstofneutraal ruimtegebruik binnen de bovengenoemde sectoren.
Binnen dit project zal een efficiënt en nauwkeurig monitoringssysteem ontworpen worden voor het bepalen van gekoppelde broeikasgasemissies uit de meest relevante natuurlijke en agrarische ecosystemen in Nederland. De aan landgebruik en – management gerelateerde grootte en variabiliteit van de gekoppelde emissies van CO2, N2O en CH4 zal worden bepaald. Hieruit zullen relatief eenvoudige, maar op fysica gebaseerde parametrisaties worden afgeleid waarmee kleine schalen aan grote schalen gekoppeld kunnen worden. Dit project draagt zo in nauwe samenwerking met ME2 en ME3 bij aan de ontwikkeling van een toekomstig Tier-3 rapportagesysteem.
Belangrijk doel van dit project is het ontwikkelen van een prototype operationeel systeem voor het kwantificeren van de grootte van het broeikasgasbudget op landelijke en regionale schaal en de daarmee geassocieerde onzekerheden. Verder zal een protocol ontwikkeld worden om een referentieschatting te maken ten behoeve van de verificatie van nationale emissies, die het mogelijk maakt de nauwkeurigheid en geloofwaardigheid van de UNFCCC en Kyoto rapportages te verifiëren. Dit project zal informatie betrekken van en leveren aan onder andere ME1 en ME3. Het een bron van informatie voor projecten onder de overige thema’s.
Wageningen Universiteit, Alterra, Departement Omgevingswetenschappen, PRI, Biometris
RIVM
Beschrijving
Dit project zal leiden tot een verbeterde schatting van het nationale koolstof budget, door zich voornamelijk te richten op de koolstofopslag in de bodem. De bestaande onzekerheden in de bepaling van het koolstofbudget op basis van inventarisatiemethodes over meerdere jaren zullen gereduceerd worden. Het project levert bovendien informatie die het neerschalen van nationale emissie inventarisaties naar de regionale en locale schaal mogelijk maakt, alsmede informatie voor de bepaling van het verloop van emissies binnen een jaar.
Veel energie scenario studies verwachten dat biomassa een van de belangrijkste vormen van duurzame energie zal worden over 50 jaar. Het potentieel is inderdaad groot, maar het blijkt moeilijk om deze vorm van duurzame energie in de praktijk te brengen. Een van de oorzaken hiervan is dat men zich veelal richt op 1 schakel uit de gehele keten (van productie van biomassa, transport, verwerking tot en met energieverbruik).Het rendabel maken van deze ketens vergt samenwerking tussen verschillende organisaties in de keten en in het begin zijn grote investeringen noodzakelijk. Dit project beoogt inzicht te geven hoe op regionaal niveau innovatieve bio-energieketens een zo hoog mogelijk rendement kunnen halen.
Doel van dit project is het analyseren van het effect van veranderingen in de waterhuishouding als gevolg van klimaatverandering op waterkwaliteit en koolstofopslag in watersystemen in het Veenweidegebied. Voor verschillende landgebruikscenario’s wordt er gekeken hoe het ruimtelijk patroon van sloten, natte graslanden, veen en moeras geoptimaliseerd kunnen worden ten bate van koolstofopslag en bufferend effect op de waterkwaliteit. Het project combineert de resultaten uit veldcampagnes en laboratorium experimenten. De resultaten uit het veld en laboratorium worden opgeschaald in ruimtelijke en temporele zin via scenario studies en GIS applicaties.
Dit project integreert ruimtelijke informatie over het Veenweidegebied bij elkaar van project ME1, ME5 binnen het klimaat voor Ruimte programma en het project ‘Waarheen met het veen’ uit het Leven met Water programma. Het betreft ruimtelijke informatie die gebaseerd is op verschillende klimaat, waterbeheer en landgebruikscenario’s. Ruimtelijke informatie wordt op dusdanige wijze geselecteerd en bewerkt, dat deze gebruikt kan worden in de besluitvorming over veranderingen in de inrichting en beheer van het Veenweidegebied. Presentatie van de ruimtelijke informatie gebeurt in de vorm van kaarten en door de ontwikkeling van een gebruikersvriendelijke interface. De belangrijkste beleidsthema’s die spelen in het Veenweide gebied, zoals de toekomst van de landbouw, de verstedelijksdruk en het behoud van natuur zijn een belangrijke inkadering voor de bewerking van ruimtelijke informatie.