Home
vrijdag 10 september 2010

ONDERZOEK
Projecten per thema
ACTUEEL
Nieuws
Agenda
Archief
RESULTATEN
Sectoren
Publicaties
KvR Events
2007 CcSP Conference
2007 May 16 Workshop
CoP15


Projecten thema 3: Adaptatie
 
Inleiding
Klimaatverandering is niet meer tegen te gaan. Naast maatregelen voor het terugdringen van broeikasgassen (mitigatie), zullen we ons dus ook moeten gaan aanpassen aan de gevolgen van het veranderende klimaat (adaptatie). Binnen KvR wordt dan ook onderzoek gedaan naar mogelijkheden tot beperken van de nadelige gevolgen van klimaatverandering en zoeken naar de opties voor het opvangen van effecten van klimaatverandering, in het bijzonder in de ruimtelijke inrichting.
 
Adaptatie sluit bij voorkeur aan bij bestaand beleid op andere terreinen om het draagvlak te vergroten en Nederland als geheel minder kwetsbaar te maken. In het KvR programma worden nieuwe innovatieve methodieken en kennisinstrumenten ontwikkeld, waarmee we de effectiviteit van ruimtelijk duurzame adaptatiestrategieën kunnen analyseren.
luchtfoto - luchtfoto.jpg
Binnen dit thema werken wetenschappers, overheidsorganisaties en private ondernemingen gezamenlijk samen aan de ontwikkeling van adaptatiestrategieën.
 
Met de projecten binnen het thema Adaptatie willen we de volgende kennisvragen beantwoorden:
  • Hoe kunnen we een afweging maken tussen enerzijds de kosten van vroegtijdige uitvoering van adaptatie maatregelen, en anderzijds de onzekerheden in klimaatvoorspellingen en de daarmee verbonden effecten?
  • Hoe kan de veiligheid van onze infrastructuur worden beschermd?
  • Welke aanpassingen zijn nodig en mogelijk in de landbouw, natuur- en waterbeheer?
  • In hoeverre gaan (her-)verzekeraars met klimaatverandering rekening houden, en wat stelt de overheid daar tegen over?

Adaptatiestrategieën worden ontwikkeld op verschillende schalen: internationaal (grensoverschrijdend), nationaal en regionaal. De ontwikkelde strategieën zullen op hun robuustheid worden geëvalueerd onder aanname van verschillende klimaatscenario’s, die binnen het thema klimaatscenario’s worden gegenereerd. De vergelijkende analyse tussen verschillende (intersectorale) adaptatiestrategieën zal worden gemaakt in het thema Integratie.

 

Inhoudsopgave KvR Projecten

Korte beschrijving KvR Projecten
 
A1 - Biodiversiteit in een veranderende wereld: voorspellingen van vegetatiedynamiek
Status
Lopend project (2004-2009)
Projectleider
Dhr. prof. dr. Rien Aerts (rien.aerts(at)ecology.falw.vu.nl) / dhr. dr. ir. Peter van Bodegom (peter.van.bodegom(at)ecology.falw.vu.nl), Vrije Universiteit Amsterdam, Institute of Ecological Science
Consortium
Vrije Universiteit Amsterdam, Institute of Ecological Science
Wageningen UR, Alterra
MNP, KIWA Water Research
Beschrijving
Het belangrijkste doel van dit onderzoek is het voorspellen van de effecten van klimaatverandering op de ruimtelijke verdeling van vegetatie van ecosystemen in Nederland. Deze kennis zal gebruikt worden om zogenoemde “hotspots” van biodiversiteit te identificeren onder verschillende scenario’s van klimaatverandering en waterbeheer. Verder zullen “early warning systems” voor klimaatverandering ontwikkeld worden en zullen adaptatie strategieën aangedragen worden voor een met het oog op biodiversiteit optimaal ruimtegebruik. Het project is thematisch gekoppeld aan A2.
 
A2 - Adaptatie van de Ecologische Hoofd Structuur (EHS)
Status
Lopend project (2004-2010)
Projectleider
Mevr. dr. C.C. Vos (claire.vos(at)wur.nl), Wageningen UR, Alterra
Consortium
Wageningen UR, Alterra, Plant Research International, Departement Omgevingswetenschappen
Universiteit Leiden, Instituut voor Milieuwetenschappen
SOVON Vogelonderzoek
De Vlinderstiching
Beschrijving
Dit project heeft als doel de ecologische risico’s van klimaatverandering voor de huidige beleidsdoelen ten aanzien van de Ecologische Hoofdstructuur te identificeren. Er worden adaptatiestrategieën ontwikkeld om deze risico’s te minimaliseren. Deze strategieën zullen erop gericht zijn optimaal gebruik te maken van de mogelijkheden die een multifunctionele ontwikkeling van een agrarisch landschap kan bieden. Daarbij wordt de nadruk gelegd op combinaties van voedselproductie, recreatie, behoud van cultuurlandschap en waterbeheer. Dit project is thematisch gekoppeld aan project A1.
Projectfactsheet  / Klimaat Response Database: warmte-, koudeminnende of neutrale soorten (downloadable - zip bestand, 148Mb, ca. 4 min, betaversie)
 
A6 - Klimaat gerelateerde veranderingen van het NCP-ecosysteem en consequenties voor toekomstige ruimtelijke planning
Status
Lopend project (2004-2009)
Projectleider
Dhr. dr. Jaap van der Meer, KNIOZ en dhr. Han Lindeboom, Alterra Wageningen UR
Consortium
KNIOZ, Alterra Wageningen UR, Vrije Universiteit Amsterdam
Beschrijving
Dit onderzoek is erop gericht om een gedetailleerd ruimtelijk beeld te geven van de vroegere, huidige en toekomstige karakteristieken van het mariene ecosysteem (algen, vis en waterkwaliteit) in de Noordzee, daarbij ligt de nadruk op het Nederlands continentaal plat. Gekeken wordt wat de invloed is van klimaatverandering op variabelen zoals CO2 uitwisseling in het ecosysteem, temperatuur en nutriëntendynamiek. Er wordt daarbij onderzocht wat de consequenties zullen zijn voor de visserij sector (productiviteit) en de biodiversiteit via modellering. Voorts zal dit project een management tool ontwikkelen waarmee de complexiteit van het klimaat met het ecosyteem beter begrepen kan worden en verschillende ruimtelijke waarden van de Noordzee met elkaar afgewogen kunnen worden, zoals natuurwaarden, visproductie en energiewinning.
 
A7 - Aanpassing aan weersextremen in grensoverschrijdende stroomgebieden
Status
Lopend project (2004-2009)
Projectleider
Dhr. dr. J.C.J.H. Aerts (jeroen.aerts(at)falw.vu.nl), Vrije Universiteit Amsterdam, Instituut voor Milieuvraagstukken
Consortium
Vrije Universiteit Amsterdam, Instituut voor Milieuvraagstukken, Afdeling Geomilieuwetenschappen
Wageningen UR, Alterra, Departement Omgevingswetenschappen
WL-Delft Hydraulics, FutureWater, RIZA, KNMI
Project website
Beschrijving
Dit project beoogt de kennis te leveren voor de ontwikkeling van nieuwe transnationale adaptatiestrategieën binnen het Rijnstroomgebied. Het project onderzoekt daartoe klimaatscenario’s tot 2050, waarbij gekeken wordt welke strategieën in Nederland en Duitsland ook robuust zullen zijn onder de klimaatscenario’s tot 2100. Het project zal ook ingaan op de rol van waterschappen bij het omgaan met extreme weersgebeurtenissen. Wetenschappelijk gezien zal het project atmosferische (bv RAMS) en hydrologische modellen (zoals SOBEK en SWAP) aan elkaar koppelen die tezamen de energie en waterbalans beschrijven van het Rijnstroomgebied, waarbij aandacht wordt besteed aan de rol van bodemvocht en land-atmosfeer interacties. Het project zal inhoudelijk sterk zijn afgestemd op NEWATER, een “Integrated Project” onder het 6e EU kaderprogramma.
 
A8 - Gevolgen van klimaatverandering voor de transportsector
Status
Lopend project (2004-2009)
Projectleider
Dhr. prof. dr. P. Rietveld (prietveld(at)feweb.vu.nl), Vrije Universiteit Amsterdam, Ruimtelijke Economie
Consortium
Vrije Universiteit Amsterdam, FUCAM België, CBRB, Haven van Rotterdam, Ministerie van V&W, RIZA, CCR, AVV, RIVM, Prorail, Nedtrain
Beschrijving
In dit project worden de mogelijke effecten geanalyseerd van klimaatverandering op transport. De betrouwbaarheid van transport over water vormt een belangrijk punt van aandacht. Daarnaast zullen de consequenties van adaptatiestrategieën en de relaties tussen ruimtelijke keuzes en transport bestudeerd worden. Als eerste wordt aan de hand van klimaatscenario’s uit project CS7 en mogelijke adaptatiestrategieën in transportsystemen gekeken naar veranderingen in de gegeneraliseerde transportkosten. Daarna wordt gekeken welke adaptatiemogelijkheden er liggen in transportgedrag. Het gaat dan om keuzes in de bestemming en het vervoermiddel. Tot slot wordt gekeken welke gevolgen de adaptaties in transportsysteem en gedrag hebben voor het ruimtegebruik, waaronder reallocatie van economische activiteiten.
 
A9 – Financiële arrangementen voor rampschade bij klimaatverandering
Status
Lopend project (2004-2009)
Projectleider
Dhr. dr. J.C.J.H. Aerts (jeroen.aerts(at)falw.vu.nl), Vrije Universiteit Amsterdam, Instituut voor Milieuvraagstukken
Consortium
Vrije Universiteit Amsterdam, Instituut voor Milieuvraagstukken
FutureWater, Rabobank, Interpolis
Website
Insurance project
Beschrijving
In dit project worden adaptatie strategieën ontwikkeld en geëvalueerd, die gebaseerd zijn op verzekering tegen het risico en de schade door extreem weer in Nederland. Onderzocht wordt hoe zulke strategieën complementair aan en consistent met maatregelen in het waterbeheer gemaakt kunnen worden. Het project zal zich richten op methodes om risico’s zowel geografisch als over verschillende publieke en private sectoren te spreiden.
 
A10a - Definitiestudie Hotspots
Status
Afgerond project (2006)
Projectleider
Mevr. ir. F. de Pater (florrie.de.pater(at)falw.vu.nl), Vrije Universiteit Amsterdam, Faculteit Aard- en Levenswetenschappen
Consortium
Vrije Universiteit Amsterdam, Faculteit Aard- en Levenswetenschappen
Wageningen UR, Alterra
ARCADIS, Brinkman Consultancy
Beschrijving
Een hotspot is een praktijkgericht project in een sector, plaats of regio waar ruimtelijke ordening en klimaatverandering een belangrijke rol spelen en waar een spanningsveld is tussen deze en andere factoren. De definitie van een hotspot is aan debat onderhevig. Binnen deze definitiestudie wordt er in potentiële hotspots nadrukkelijk gezocht naar ruimtelijke adaptatiemogelijkheden. Bij deze pilots is het van belang dat het grootste deel van het project gedragen wordt door partijen uit de praktijk. Het doel van dit project is om te komen tot een onderbouwde lijst van mogelijke hotspots die nader uitgewerkt kunnen worden binnen het BSIK KvR programma in een vervolg-project hotspots en/of relevant zijn voor ARK en/of passen binnen het Routeplanner traject.
 
A11 – Routeplanner 2010-2050
Status
Afgerond project (2007)
Projectleider
Dhr. drs. Aalt Leusink (Loasys) en dhr. drs. Ralph Lasage (Instituut voor Milieuvraagstukken VU Amsterdam)
Consortium
Programma’s Klimaat voor Ruimte, Leven met Water, Habiforum, VROM, LNV, V&W, EZ, IPO, Unie van Waterschappen, VNG, WL-Delft Hydraulics, Erasmus Universiteit Rotterdam, Instituut voor Milieuvraagstukken (VU Amsterdam), KNMI, Alterra (WUR), Wageningen Universiteit (WUR), Milieu en Natuur Planbureau, STOWA, RIZA, Plant Research International (WUR), LEI (WUR), RIKZ
Beschrijving
De Routeplanner is het kennisloket voor de ministeries die betrokken zijn bij het nationale programma Adaptatie, Ruimte en Klimaat (ARK). In het project werken de BSIK programma’s Klimaat voor Ruimte, Leven met Water en Habiforum samen om ter ondersteuning van het ARK programma te komen tot een nulmeting van de klimaatbestendigheid van Nederland in de huidige situatie. Op basis van dit project zal ook een interdepartementale klimaatkennis en beleidsagenda worden geformuleerd, met speciale aandacht voor adapatatie en ruimtelijke ordening.
 
A12 – Definitiestudie landbouw
Status
Bijna afgerond (2006-2007)
Projectleider
Mevr. ir. Tia Hermans (tia.Hermans(at)wur.nl), Alterra Wageningen UR en dhr. dr. Jan Verhagen (jan.Verhagen(at)wur.nl), PRI Wageningen UR
Consortium
Alterra Wageningen UR, PRI Wageningen UR
Beschrijving
Momenteel worden beslissingen in de landbouw sector genomen op basis van trends in markt en beleid. Klimaatverandering wordt, ondanks dat het een additionele stress is, niet meegewogen bij belangrijke beslissingen, zoals het voortzetten of uitbreiden van een bedrijf. Hierin schuilt het gevaar van verkeerde of verlate beslissingen en investeringen met eventueel schadelijke of fatale gevolgen die door kunnen werken in de verwerkende en aanleverende industrieën. De resultaten van de studie zullen worden gepresenteerd in een reeks van kaarten. De ruimtelijke weergave van de toekomstmogelijkheden voor de drie sectoren kan door beleid en bedrijven gebruikt worden bij de strategische planning. De volgende stappen werden uitgewerkt:
  1. Schatting van de beschikbare hoeveelheid van tarwe, aardappels en melk voor 2020 en 2050. Deze schatting is gebaseerd op de productiviteit (ton/ha) in 2020 en 2050 en het productie areaal (ha) in 2005
  2. Schatting van de productie vraag (ton) voor tarwe, aardappels, en melk in 2020 en 2050. Deze schatting is gebaseerd op mondiale handel en productie, demografische ontwikkelingen en economische groei
  3. Aanpassen van de beschikbare hoeveelheid aan de productie vraag voor 2020 en 2050. Dit zal worden gedaan via de herschikking van productieregio’s op basis van de competitieve kracht van de regionale landbouw op de mondiale en regionale markt.
Deze stappen zijn uitgewerkt voor twee scenario’s (A1 en B2) voor de 27 landen van de EU (EU27).
 
A13 – Aandacht voor Veiligheid: definitiefase 
Status
Lopend project (2006-2007)
Projectleider
Dhr. dr. J.C.J.H. Aerts (jeroen.aerts(at)falw.vu.nl), Vrije Universiteit Amsterdam, Instituut voor Milieuvraagstukken
Consortium
Vrije Universiteit Amsterdam, Instituut voor Milieuvraagstukken, FEWEB
Delft Hydraulics, MNP, DWW, RIKZ, RIZA, KNMI, Wageningen UR
Brugproject
Leven met Water
Project website
Beschrijving
Het algemene doel van het project ‘Aandacht voor Veiligheid’ is een Discussie Ondersteunend Systeem (DOS) te ontwikkelen waarmee de bestendigheid van het veiligheidsbeleid voor de komende 15-20 jaar geanalyseerd kan worden tegen veranderingen op de lange termijn (50-100 jaar) zoals klimaat, bodemdaling, ruimtegebruik en bestuurlijke veranderingen. Op grond van deze analyse worden nieuwe veiligheidsperspectieven ontworpen die zijn toegesneden om te gaan met deze lange termijn veranderingen. Het project laat zien hoe een klimaatbestendig Nederland eruit kan gaan zien op de lange termijn. Binnen dit kader zal de definitiefase gaan over het ontwikkelen van methoden die nodig zijn om deze lange termijn veiligheidsstudie uit te voeren. De werking van de methoden wordt inzichtelijk gemaakt door ze te gebruiken in een prototype DOS dat aan het einde van de definitiefase wordt opgeleverd.
 
A14 – Hotspot Zuidplaspolder
Status
Lopend project (2006-2008)
Projectleider
Dhr. ir. M.G.N. van Steekelenburg (mgn.van.steekelenburg(at)pzh.nl), Provincie Zuid-Holland
Consortium
Provincie Zuid Holland, Xplorelab
Vrije Universiteit, Instituut Voor Milieuvraagstukken
TU Delft, faculteit Bouwkunde en faculteit Civiele Techniek
Wageningen UR, Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard, Consept (Milieufederatie Zuid Holland)
Website
Beschrijving
De Zuidplaspolder is één van de diepste polders in ons land met een ligging van 6 meter onder NAP. Het gebied is in de Nota Ruimte aangewezen voor de opvang van de verstedelijkingsbehoefte (inclusief glastuinbouw) van de Zuidvleugel van de Randstad. De droogmakerij is deels gevoelig voor bodemdaling en ligt naast de Hollandse IJssel, die in verbinding staat met de grote rivieren en zee. Een dijkdoorbraak kan grote gevolgen hebben. Daarnaast zorgt klimaatverandering voor toenemende risico’s op wateroverlast door intensieve regenval, op droogte en op de toename van deels zoute kwelwater. De polder moet zodanig ingericht worden dat de toekomstige bewoners en bedrijven geen last krijgen van mogelijke effecten. Eindresultaat zal naast een eindrapportage ook zijn, een convenant of intentieovereenkomst, om met de partijen in de Zuidplas tot uitvoering en implementatie van de opgedane ideeën en kennis te komen.
 
A16 – Hotspot Tilburg
Status
Lopend project (2007-2008)
Projectleider
Dhr. drs. J. Schouw (jschouw(at)builddesk.com), BuildDesk Benelux BV
Consortium
BuildDesk, in samenwerking met twintig locale partners
Beschrijving
Tilburg doet al veel aan CO2 reductie, maar het besef dringt door dat ook maatregelen nodig zijn om geen last te krijgen van de effecten klimaatverandering. Want ook de regio Tilburg, 14 meter boven NAP, krijgt te maken met klimaatverandering. Vaker wateroverlast en overstromende riolen door stevige buien, maar ook langdurige droogteperioden en hittegolven liggen in het verschiet. Daarnaast liggen ook er kansen voor de regio, vooral in de toerisme sector, die nu opgepakt kunnen worden. Tilburg start nu samen met andere overheden, universiteiten en marktpartijen een onderzoeksproject. Tussen de deelnemers wordt een ‘lokaal arrangement’ gesmeed om met behulp van het onderzoek te komen tot een goed plan, waarvan de uitvoering gegarandeerd is. De centrale vragen in het onderzoek zijn: wat gaat er in en voor de regio veranderen? En hoe gaan we met deze verandering om en met wie?
 
A17 – Dialoogproject Klimaat in de stad
Status
Lopend project, eerste fase (2007-2008)
Projectleider
Dhr. drs. Vincent Kuijpers, Alterra Wageningen UR
Consortium
Alterra, Wageningen UR (Vincent Kuypers), TU Delft (Bert Enserink), Bureau Nieuwland (Rob de Waard) en MAPSUP (Jaap de Kroes).
Beschrijving
In de stedelijke omgeving kunnen de extreme weersomstandigheden sterker worden gevoeld dan op het platteland. Steden warmen sneller op en mensen krijgen last van de hitte bij temperaturen van 27°C of meer. Dat uit zich in vermoeidheid, concentratie- en ademhalingsproblemen. De economische kosten voor werkgevers door ziekte, veroorzaakt door hittestress in de zomer van 2006, kwam globaal neer op een half miljard euro. In Frankrijk en Spanje is een correlatie aangetoond tussen hittegolven en sterfgevallen, met name onder ouderen. In Nederland ontstond een extreme situatie in 2006 tijdens de vierdaagse in Nijmegen. Effecten kunnen ook optreden door extreme regenval, zoals overlopende riolen, vocht in woningen en rottende boomwortels.
In het dialoogproject gaan stakeholders en wetenschappers samen de relevante onderzoeksvragen voor klimaatverandering in het stedelijk gebied articuleren. Er wordt samengewerkt met de wetenschappelijke projecten Hitte in de Stad (COM22) en Waterrobuust bouwen (COM23). Naar aanleiding van de maatschappelijke review is aan de onderzoekers gevraagd voldoende aandacht te besteden aan de probleemdefinitie en de oplossingsrichting niet te vroeg vast te stellen. Verder is om extra expertise uit bouwtechnische hoek gevraagd.
 
A18 – Hotspot Groningen
Status
Lopend project (2007-2009)
Projectleider
Dhr. ir. Rob Roggema (r.roggema@provinciegroningen.nl), Provincie Groningen
Consortium
Waterschap Hunze en Aa's, Waterschap Noorderzijlvest, Gemeente Groningen, KNMI, Bestuurskunde en Landschapskunde Alterra Wageningen UR, TU Delft (CiTG en Bouwkunde), VU Amsterdam IVM en FEWEB, Tauw BV, Energy Valley
Websites
Beschrijving
De provincie Groningen is in het najaar van 2006 gestart met het opstellen van een nieuw omgevingsplan. De provincie is op diverse terreinen direct kwetsbaar en gevoelig voor wateroverlast, overstromingen en verdroging. Daarnaast is de provincie nog onvoldoende ingericht op het maximaal gebruiken van aanwezige energiepotenties om klimaatverandering te beperken. Naast het klimaat- en energiebestendig maken van het omgevingsplan van de provincie Groningen, is het de bedoeling een methodiek te ontwikkelen die voor andere provincies bruikbaar is om structuurvisies/omgevingsplannen klimaat- en energiebestendig te maken. Er wordt in deze hotspot dus zowel aandacht gegeven aan de inhoud als aan het proces.
 
A19 - Het bepalen van de adaptatieve capaciteit van de landbouw in Nederland voor de effecten van klimaatverandering onder verschillende markt en beleidscenario’s
Status
in formulering, is medio april 2008 ter review aangeboden
Projectleider
Dhr. dr. Frank A. Ewert (frank.ewert(at)wur.nl) Plant Production Systems, dhr. ir. Kees van Diepen, Alterra Wageningen UR 
Consortium
WUR PPS, Alterra, LEI, PRI, Crop and Weed Ecology (CWE) University of Bonn, MTT Agrifood Research Finland (Mikkeli)
Beschrijving
Key objective of the project is the development of a methodology to assess climate change impacts on agriculture including adaptation at regional and farm type level in combination with market changes. The developed methodology should be of interest to applied scientists dealing with climate change impacts and adaptation at the regional level. Potential users of the results obtained from applying this methodology will include national and regional policy makers and stakeholders in the region.
The methodology should enable:
  • the assessment of impacts, risks and resiliencies for agriculture under changes in climatic conditions including increasing climate variability
  • the evaluation of adaptation strategies at farm type and regional scale
This will require the development of:
  • models to simulate changes in agricultural management activities including technology development
  • linkages between market, farming system and biophysical (e.g. cropping system) models
  • upscaling procedures of farm-performance indicators (environmental and economic) from the farm to the regional scale
  • models to estimate risk (knock-out risks) and resilience (viability) trajectories of farming systems under climate change
The project further aims to apply the developed methodology to:
  • assess the impacts of climate change and increased variability on Dutch agriculture for selected regions and farm types in the ‘hotspot’ project in interaction with market change
  • considering different economic and environmental indicators
  • explore alternative policy options (compared to current policy) to support adaptation of agriculture to climate change in the ‘hotspot’ project evaluate the obtained results with stakeholders in the regions of the ‘hotspot’ project
 
A21 - Klimaat en Landbouw in Noord-Nederland
Status
subsidieovereenkomst nog niet gereed
Projectleider
Dhr. Peter Prins (NLTO)
Consortium
NLTO (subcontract met Grontmij), WUR-PRI, WUR-Alterra. Betrokken partijen: Provincies Friesland, Groningen, Drenthe; Waterschappen wetterskip Fryslan, Waterschap Reest en Wieden, Waterschap Velt en Vecht, Waterschap Hunze en Aa’s, Waterschap Noorderzijlvest, Waterschap Zuiderzeeland; LNV directie Regionale Zaken
Beschrijving
Dit project bouwt voort op de doelstellingen en concepten uit project A12 ‘Definitiefase Klimaat en Landbouw’. Op basis van zowel klimaat als marktscenario’s worden de effecten van klimaat op de landbouwsector in kaart gebracht, en dan specifiek voor Noord-Nederland. Hierbij wordt aandacht gegeven aan de frequentie en omvang van weersextremen. Op basis van de uitkomsten worden aanpassingsstrategieën, inclusief maatregelen en uitvoeringsprojecten, uitgewerkt voor het Noorden, die gebruikt kunnen worden voor het ontwikkelen van regionale plannen die markt- en klimaatproof zijn. Het onderzoekproces kenmerkt zich door haar interactieve opzet. Steeds zullen op basis van resultaten van een onderzoeksfase overlegmomenten worden georganiseerd met overheden en stakeholders om gezamenlijk de inhoudelijke prioriteiten voor de volgende fase te bepalen. In de eerste fase is communicatie gericht op informeren van de achterban, agrarische ondernemers, bedrijven in de agrokolom, overheden, waterschappen en andere betrokken organisaties, en het daardoor verkrijgen van begrip voor de problematiek. Uit het onderzoek zullen concrete scenario’s worden verkregen voor de landbouw en voor het klimaat, op de schaal van Noord-Nederland.