Het thema Communicatie is gericht op interactieve informatievoorziening en verspreiding van kennis uit het programma in de richting van stakeholders in de ruimtelijke ordening, de media, het onderwijs en het grote publiek. Tevens wordt aandacht besteed aan interne communicatie en data- en kennisuitwisseling binnen het programma. Daarnaast worden onderwijsprogramma’s ontwikkeld voor scholieren, studenten en promovendi over klimaatverandering en aanpassing aan de effecten daarvan.
De communicatieactiviteiten binnen het programma dragen bij aan de verwezenlijking van de algemene doelstelling van het KvR programma, namelijk het versterken van de Nederlandse kennisinfrastructuur.
Dit heeft plaats door het vermeerderen van kennis over klimaatverandering in relatie tot ruimtelijke ordening, het overdragen van wetenschappelijke kennis naar maatschappelijke doelgroepen en het overdragen van praktijkkennis naar wetenschappelijke doelgroepen.
De doelstellingen van de communicatie vanuit het KvR programma zijn:
Bevorderen dat partijen met een rol in de ruimtelijke ordening goed geïnformeerd zijn over wetenschappelijke resultaten ten aanzien van klimaatverandering, en zich bewust zijn van hun rol in het beperken van en omgaan met klimaatverandering.
Bevorderen dat wetenschappers in het klimaatdomein goed geïnformeerd zijn over wat er speelt in het beleid voor ruimtelijke ordening en in de ruimtelijke ordeningspraktijk.
Het algemene publiek zodanig informeren over klimaatverandering dat meer maatschappelijke visie op klimaatgerelateerd beleid ontstaat
Het versterken van onderwijs op het terrein van klimaat en ruimtelijke ordening en
Binnen Klimaat voor Ruimte worden in veel projecten grote hoeveelheden data geproduceerd. Deze data zijn niet alleen van belang voor deze projecten zelf, maar zijn vooral waardevol als ze als (data)product ook voor alle potentiële gebruikers van deze data beschikbaar zijn. Het COM 1 project heeft als doel om binnen Klimaat voor Ruimte het virtual data centre op te tuigen. Via deze "portal" kan kennis tussen de deelnemers aan Klimaat voor Ruimte worden uitgewisseld, maar kan ook gezamenlijk gebruik worden gemaakt van kennis en kunde.
Mevr. Judith Klostermann, Programmabureau Klimaat voor Ruimte
Consortium
Programmabureau klimaat voor Ruimte
Beschrijving
In 2005 is een omgevingsanalyse uitgevoerd waarin door interviews en een website survey is nagegaan in hoeverre er door verschillende partijen wordt gecommuniceerd over klimaatverandering, en in hoeverre het KvR-programma op dit terrein een meerwaarde kan bieden. De omgevingsanalyse had tot doel om keuzes voor nieuwe communicatieprojecten binnen de communicatiestrategie te onderbouwen. In de omgevingsanalyse werden 2 arena’s onderscheiden (wetenschap-nationaal beleid) en (wetenschap – operationele uitvoering van klimaatbeleid). In de eerste arena is het KvR programma succesvol, in de tweede arena is nog veel werk te verrichten, daaraan wordt gewerkt binnen de vervolgprogrammering (communicatietraject tweede fase). De resultaten uit de omgevingsanalyse zijn verwerkt in een strategie voor publicatiebeleid en worden meegenomen in de activiteiten van de netwerker (COM4).
COM3 – Platform Communication on Climate Change (PCCC)
Het PCCC is een wetenschappelijk platform gericht op wetenschapscommunicatie over het klimaatvraagstuk. Het PCCC publiceert actuele achtergrond informatie op een gezamenlijke website (www.klimaatportaal.nl), in factsheets en brochures. Het PCCC organiseert symposia en dialoog workshops waarbij de wetenschappelijke inzichten over het klimaatvraagstuk gecombineerd worden met gebeurtenissen in de actualiteit. Voorts organiseert PCCC wetenschappelijke discussiefora over het klimaatvraagstuk.
COM4 – Netwerkproject voor het organiseren van dialoog en het in praktijk brengen van klimaatonderzoek
Status
lopend project (2005-2011)
Projectleider
Mevr. ir. F. de Pater (florrie.de.pater(at)falw.vu.nl), Vrije Universiteit Amsterdam, Faculteit Aard- en Levenswetenschappen
Consortium
Vrije Universiteit Amsterdam, Faculteit Aard- en Levenswetenschappen
Beschrijving
Het project is een belangrijk component voor het bereiken van de communicatie en kennisdissiminatiedoelen. Het project beoogt regionale overheden en het bedrijfsleven interactief nader te betrekken bij het Klimaat voor Ruimte onderzoek, door dialoog en participatieve vraagarticulatie.
Het project beoogt de huidige website van het KvR-programma (www.klimaatvoorruimte.nl) te herstructueren, te actualiseren en te continueren. Voorts zal er een Engelstalige mirror site ontwikkeld worden en zal gekeken worden hoe de website uitgebreid kan worden met interactieve elementen. Belangrijk onderdeel zal ook de marketing van de website zijn. Het project zal nauw samenwerken met COM3 (klimaatportaal), waarbij het klimaatportaal als doelgroep het algemeen publiek heeft en de KvR website de doelgroep beleidsmakers (regionaal en nationaal) en het KvR consortium heeft.
De Natuurkalender is een nationaal educatief/ wetenschappelijk waarnemingsprogramma dat zich richt op het in kaart brengen van de effecten van klimaatverandering op de jaarlijks terugkerende verschijnselen in de natuur. Voorbeelden van die jaarlijks terugkerende verschijnselen zijn het moment van bloei, bladontplooiing en bladval bij planten, maar ook de start van vogeltrek en het verschijnen van vlinders en andere insecten. Dit zijn gebeurtenissen die sterk van het weer afhankelijk zijn en die door iedereen elke dag 'in de achtertuin' bekeken kunnen worden. De tak van wetenschap die de verschijnselen in de natuur bestudeert is de fenologie.De doelstellingen van De Natuurkalender zijn:
- Het vergroten van ons inzicht in de gevolgen van klimaatverandering voor de natuur in Nederland;
- Het vergroten van de betrokkenheid van mensen bij de natuur in hun directe omgeving;
- Het in kaart brengen van de gevolgen van veranderingen in de natuur voor gezondheid, landbouw en bosbouw;
- Het ontwikkelen van interactieve ecologische educatieprogramma's voor scholieren en volwassenen.
Een 2 weekse summerschool over klimaatverandering en de invloed op de hydrologische cyclus werd in 2005 georganiseerd. BSIK-KvR onderzoek werd gepresenteerd tijdens deze cursus bedoeld voor Nederlandse en buitenlandse AIO studenten.
Een 2 uur durende TV-uitzending over klimaatverandering speciaal gericht op de burger met daartussen wetenschappelijke filmpjes met uitleg over het vraagstuk.
COM9 - Nul-nummer Change Magazine
Status
afgerond (2005)
Projectleider
Baud Schoenmaeckers, Synergos Communicatie
COM11 - Delta's in tijden van klimaatverandering
Status
afgerond (2006)
Projectleider
Dhr. dr. Ron Jansen, Instituut voor Milieuvraagstukken
In deze studie zijn de mogelijkheden voor systeembenaderingen in delta’s over de hele wereld bekeken en zijn een aantal strategieën voor systeembenadering onderscheiden. De DELTAS website geeft toegang tot de verzamelde informatie over delta’s. De interactieve DELTAS tool maakt vervolgens rangschikking van delta’s voor verschillende varianten van systeembenadering mogelijk. De diversiteit in delta’s kan gevisualiseerd en bestudeerd worden met het DELTAS systeem voor innovatief delta management. Met het DELTAS systeem zijn de vijfentwintig meest kansrijke delta’s geselecteerd.
Mevr. dr. C. Kroeze (carolien.kroeze(at)wur.nl), Wageningen Universiteit, Departement Omgevingswetenschappen, Leerstoelgroep Milieusysteemanalyse
Consortium
Wageningen Universiteit, Leerstoelgroep Milieusysteemanalyse / SENSE
Vrije Universiteit Amsterdam, Instituut voor Milieuvraagstukken
Beschrijving
In dit project worden drie internationale summer schools georganiseerd voor promovendi:
‘Understanding global environmental change’, gericht op natuurwetenschappelijke PhD's, die een overzicht geeft van de belangrijkste processen in het klimaatsysteem
‘Earth System Governance’, gericht op sociaal-wetenschappelijke PhD’s, die een overzicht geeft van de wetenschappelijke kennis op het gebied van beleid voor het aardsysteem. Naast (milieu)beleidsaspecten is daarbij ook aandacht voor de (milieu)economie van adaptatie
‘Integrated Assessment of Global Environmental Change’ die natuurwetenschappelijke en sociaal-wetenschappelijke kennis integreert door zowel oorzaken als mogelijke oplossingen te bestuderen en te oefenen met het maken van een ‘Integrated Assessment’.
Klimaatverandering is een urgent maatschappelijk vraagstuk; met name jongeren krijgen te maken met de gevolgen. Nu al, met het oog op hun toekomst moet actie worden ondernomen om enerzijds klimaatverandering zoveel mogelijk tegen te gaan en ons aan te passen aan de gevolgen. Een goede manier om jongeren te bereiken is via het onderwijs. De beoogde resultaten en producten zijn: 1. Lesmateriaal, deels gekoppeld aan onderzoeksprogramma’s en passend binnen lokaal klimaatbeleid; 2. Een ondersteunende website; 3. Samenwerkingsverbanden op lokaal niveau tussen overheden, scholen en onderzoeksinstellingen rond het thema klimaatverandering, adaptatie en mitigatie.
Voor adaptatiebeleid op lokale schaal is inzicht nodig welke klimaateffecten kunnen optreden en tot welke gevolgen deze veranderingen kunnen leiden. Dit kan per regio en per gemeente verschillen. Bij gemeenten is de kennis en het besef over de noodzaak voor adaptatie vaak niet aanwezig, met name op terreinen buiten waterbeheer. Welke mogelijke problemen, kansen en risico’s komen op lokale overheden af, wie is waarvoor verantwoordelijk en hoe moeten gemeenten en/of provincies sturen? Een adaptatiescan op lokaal niveau kan hierin duidelijkheid bieden. Het project heeft een drietal uitwerkingsdoelen:
Het ontwikkelen van een adaptatiescan voor het gemeentelijke niveau, die ook op provinciaal niveau te gebruiken zal zijn. De adaptatiescan geeft opties om negatieve effecten van klimaatveranderingen tegen te gaan en kansen te benutten om nieuwe projecten te ontwikkelen. Een adaptatiescan is een aanvulling op al bestaande instrumenten die hun waarde in de praktijk bewezen hebben, zoals de duurzame–energiescan en de klimaatscan.
Het starten van een Community of Practice (CoPklimaat) waarin voorlopers, opinionleaders en projectleiders uit adaptatieprojecten elkaar ontmoeten. De CoP wordt actief opgezet en inhoudelijk aangestuurd, zodat daar processen van engagement, sociaal leren en innovatieve kennisontwikkelingen plaatsvinden. De resultaten van het werken in de CoP aanpak geven extra impulsen aan de adaptatiescan en aan de verschillende landelijk aanwezige adaptatieprojecten.
Het opzetten van een kenniskring om een zo breed mogelijke communicatie naar betrokkenen (provincies, gemeenten, bedrijfsleven en geïnteresseerden) over de adaptatiescan te realiseren.
Methodische afstemming met het project COM21 Klimaatschetsboeken en integratie van andere KvR-projecten in de adaptatiescan zullen nog aan het project toegevoegd worden.
Het doel van de BSIK programma’s is om een kennisstructuur te creëren, waarbij kennis die ontwikkeld wordt ook in de praktijk wordt toegepast. Het bevorderen van de dialoog tussen wetenschap en praktijk in de onderzoekprojecten is van groot belang om kennis van wetenschap naar praktijk maar ook van praktijk naar wetenschap te laten doorstromen. Die dialoog is nog niet in alle projecten voldoende vorm gegeven. Dit project beoogt vergroting van in de praktijk toepasbare kennis bij en aanreiking van handelingsperspectief aan overheden, maatschappelijke organisaties en bedrijfsleven. Een tweede doel is bewustwording van de effecten van klimaatverandering en de noodzaak en mogelijkheden tot aanpassing bij een brede groep van personen en instituties. Niet alleen kennisvermeerdering bij de doelgroepen is belangrijk maar ook een groeiend begrip van wat klimaatverandering in de bredere context betekent voor hen. Ten derde beoogt dit project de doorstroming van kennis tussen de onderzoeksprojecten te verbeteren.
Het project wil deze doelen bereiken door een aantal activiteiten. De belangrijkste zijn:
‘Oploopdebatten’ waar vraag en aanbod elkaar ontmoeten. De debatten zijn georganiseerd rond een bepaald thema, bijvoorbeeld natuur, klimaatscenario’s of klimaat in de stad. Uit deze debatten kunnen vragen uit de praktijk komen, die kunnen leiden tot aanpassing van het lopend onderzoek of tot nieuw onderzoek.
Meer dialoog in de projecten stimuleren.
Kennisoverdracht: samen met de onderzoeksprojecten wordt gekeken welke kennis, in welke vorm, wanneer en via welke intermediaire organisatie aan de vermeende kennisvragers aangeboden kan worden. Wat vorm betreft kan worden gedacht aan workshops, masterclasses, symposia, Communities of Practice, etc.
Publicaties in vakbladen, semi-wetenschappelijke bladen en in populaire bladen.
Een kennisplatform op de website kan een goede functie vervullen om praktijk en wetenschap met elkaar in contact te brengen. We willen aan de website een kennisplatform koppelen, dat onder andere een database met artikelen bevat en een aantal interactieve functies. Daarvoor starten we een pilot met één van de projecten.
Ontwikkelen kennis op maat: in de dialoog met partijen in het veld komen er vragen naar boven, die beantwoord kunnen worden met kennis die reeds in de bestaande onderzoeksprojecten beschikbaar is of komt. Die kennis moet vaak nog wat bewerkt worden. In dit project zullen kleine projecten worden gestart met steeds verschillende consortia rond dit soort vragen.
COM19 – MSc Klimaat
Status
Voorbereiding projectvoorstel
Projectleider
nader te bepalen
Consortium
Wageningen UR, VU Amsterdam
Beschrijving
De eerste doelstelling vanuit KvR is bij te dragen aan een goede opbouw van klimaatkennis door de hele leerlijn heen, van van het basisonderwijs via het voortgezet onderwijs, naar beroeps, hoger en wetenschappelijk onderwijs. Voor de MSc betekent dit het opleiden van professionals en onderzoekers op het gebied van klimaatverandering. De tweede doelstelling is verbindingen te leggen tussen onderwijs, kennisinstellingen en overheden om opgedane kennis uit het BSIK KvR programma te vertalen naar de praktijk. In die regionale en lokale praktijk spelen zowel mitigatie als adaptatie een wezenlijke rol.
In het kader van het project Noord, Zuid, Zoet, Zout (NZZZ) is vastgesteld dat ook de natuur in Nederland zich zal moeten aanpassen aan klimaatverandering. Daarom is een visie ontwikkeld op de rol van natuur bij klimaatverandering en adaptatie. Centraal in de visie staat dat de natuur in Nederland in staat is om mee te bewegen met klimaatverandering. Daarvoor zijn klimaatbuffers nodig. Klimaatbuffers zijn ruimtelijke aanpassingen in natuurgebieden, ruimte bieden voor het revitaliseren van natuurlijke processen, die in staat zijn om te ontwikkelen in het tempo van klimaatverandering en openstaan voor wonen, werken en recreëren. Met behulp van animatiefilms op televisie en internet wordt de doelgroep getriggerd om over klimaatverandering, aanpassing daaraan en de rol van klimaatbuffers na te denken.
Alterra Wageningen UR, KNMI, VU Amsterdam, Provincie Zuid-Holland, Provincie Utrecht, Provincie Gelderland, Provincie Noord-Brabant, Provincie Drenthe, Provincie Groningen, Provincie Noord-Holland
Beschrijving
Klimaatverandering en adaptatie zijn in 2006 belangrijke onderwerpen geworden op de bestuurlijke agenda van de provincies. Provincies hebben de Rijksoverheid het aanbod gedaan om hun plannen door te lichten op klimaatbestendigheid. Daarnaast zijn veel provincies bezig met (de voorbereidingen van) hun nieuwe omgevingsplan of met de structuurvisies, die in het kader van de nieuwe wet op de ruimtelijke ordening moeten worden opgesteld. De provincies Zuid-Holland, Gelderland en Utrecht willen het adaptatiebeleid voortvarend oppakken en klimaat ook nadrukkelijk in het planvormingsproces opnemen. De provincies Noord-Brabant, Drenthe en Groningen streven naar eenzelfde aanpak. Dit project beoogt de voor deze provincies belangrijk geachte effecten van klimaatverandering te visualiseren (klimaateffectschetsboeken) en te beschrijven.
De schetsboeken zullen worden gebaseerd op een eerste generatie geodatabase waarin op nationale schaal lange termijn klimaatveranderingeffecten op verantwoorde wijze kunnen worden gekoppeld aan (bestaande) nationale en regionale ruimtelijke geodata. Door de eerste generatie geodatabase parallel aan én ten behoeve van provinciale discussies over adaptatiebeleid op te stellen, ontstaat tevens een duidelijke vraagsturing vanuit de provincies op samenstelling en gebruik van de verder te ontwikkelen database.
Het opstellen van de schetsboeken geldt als een definitiefase in een langer lopend project. Als vervolg op deze fase kunnen meerdere provincies eenzelfde klimaateffectschetsboek laten ontwikkelen op basis van de database. Daarnaast kunnen deze schetsboeken een input zijn voor de adaptatiescan en een ruimtelijk afwegingskader, gebaseerd op een nationaal consistente onderbouwing met geodata. Hierin kunnen de klimaatveranderingen voor de provincies verder worden uitgewerkt.
Dhr. ir. Peter van Oppen (p.v.oppen(at)sbr.nl), SBR, kennisplatform voor de bouw
Consortium
SBR, TU Delft-TBM
Beschrijving
De stijging van de temperatuur in Nederland leidt tijdens hittegolven tot grote gezondheidsproblemen en verlies aan wooncomfort. Vooral steden zullen het zwaar te verduren krijgen door het zogenaamde ‘urban heat island effect’. Het kan daardoor tot 7 graden warmer zijn dan op het omringende platteland. De hypothese waarmee de definitiestudie aan de slag gaat is dat ruimtelijke en bouwkundige ontwerpparameters van groot belang zijn voor het temperen van hitte in de stad en de woning. Elders, bijvoorbeeld in Amerika en Engeland, is er onderzoek gedaan naar de ruimtelijke factoren. In Nederland is al wat onderzoek verricht naar gebouwgebonden factoren, maar niet naar ruimtelijke inrichtingsfactoren specifiek op dit verschijnsel gericht.
De definitiestudie beoogt twee doelen: ten eerste het formuleren van onderzoeksvragen en het samenstellen van een onderzoeksteam voor een wetenschappelijk vervolgproject over hitte en de stad; ten tweede het formuleren van een allereerste set praktische vuistregels voor de bouwsector over warmteproblematiek in steden.
Grontmij, Witteveen+Bos, Deltares, TU Delft, SBR, Sterk Consulting
Met ondersteuning van het Ministerie V&W-DG Water, en Leven met Water (brugproject)
Beschrijving
Wateroverlast zal als één van de gevolgen van klimaatverandering zichtbaar worden in de bebouwde en onbebouwde omgeving. Tegelijkertijd wacht Nederland de komende decennia een immense (woning)bouwopgave. Tot 2015 moeten volgens prognoses van het ministerie van VROM circa 700.000 nieuwe woningen gebouwd worden. Daarnaast zal circa 42.000 ha nieuw bedrijventerrein worden ingericht. Bij deze bouwopgave moet rekening worden gehouden met wateroverlast in de stad. De centrale vraag waarmee de Definitiestudie Waterrobuust bouwen van start gaat, is ‘hoe kunnen we onze leefomgeving zo organiseren, inrichten en vormgeven dat deze beter is opgewassen tegen het dreigende water?’
Consortium H+N+S Landschapsarchitecten, TU Delft
Geodan Next, URGENDA, Leven met Water
Beschrijving
'De Matrix' is zowel een communicatieproject als een integratieproject. Het integratieproject beoogt middels het bouwen van scenario’s het binnen de Bsik onderzoeksprogramma’s Klimaat voor Ruimte en Kennis voor Klimaat uitgevoerde klimaatonderzoek te integreren met onderzoek en ontwikkelingen op het gebied van de ruimtelijke ordening, de economie en de sociale wetenschappen. Dit vanuit de overtuiging dat het één-op-één vertalen van onderzoeksresultaten uit Klimaat voor Ruimte naar ruimtelijke scenario’s weliswaar bruikbare beelden oplevert, maar slechts in beperkte mate een trefzeker handelingsperspectief zal bieden.
Het communicatieproject beoogt het maatschappelijk debat rondom klimaatbestendigheid te voeden. De Matrix doet dit middels ontwerpend onderzoek, het maken van iteratieve stappen via 'het veld', het zoeken naar coalities en het periodiek publiceren van de ervaringen tijdens het maakproces van deze scenario’s.
WL Delft Hydraulics, KIWA, VU Amsterdam IVM, Alterra Wageningen UR, Staatsbosbeheer, Rijkswaterstaat Directie Zuid-Holland, Provincie Zuid-Holland, Gemeente Dordrecht
Beschrijving
Ter voorbereiding van een aantal wetenschappelijke studies in het kader van de programma’s Kennis voor Klimaat en Klimaat voor Ruimte, zal er een definitiestudie uitgevoerd worden met het gebied de Biesbosch als primaire focus. De Biesbosch is een gebied met veel ruimte en relatief weinig bewoners: een groot deel bestaat uit natuurgebied (zoetwatergetijdenmoeras) en landbouw. Hierdoor leent het zich voor de ontwikkeling van een robuust systeem dat de gevolgen van klimaatverandering voor lange tijd kan opvangen; het gebied zou kunnen functioneren als een ruimtelijke klimaatbuffer.
Er zal in deze relatief korte studie, door middel van literatuuronderzoek, een gespreksnotitie gemaakt worden waarin de problematiek van de Biesbosch en de mogelijkheden voor regionale ontwikkeling bondig zijn verwoord. Deze gespreksnotitie zal gebruikt worden bij het interviewen van de huidige gebruikers van de ruimte in het gebied. Uitgangspunt hierbij is dat de gevolgen van klimaatverandering een kans zijn in plaats van een bedreiging voor de regionale ontwikkeling. Er zal geïnventariseerd worden wat voor elke stakeholder de gevolgen van de verwachte klimaatverandering betekenen, in hoeverre daar al rekening mee wordt gehouden en welke autonome ontwikkelingen hun sectoren momenteel meemaken. Aan de hand van de verzamelde informatie zullen vragen naar voren komen die, vertaald in onderzoeksvragen, deel kunnen uitmaken van de onderzoeksagenda van Kennis voor Klimaat en Klimaat voor Ruimte.
Brugproject met Leven met Water en Habiforum, Deltares, Novio Consult, MNP
Beschrijving
De programma’s Leven met Water, Habiforum en Klimaat voor Ruimte hebben besloten een definitiestudie te starten naar de mogelijkheden, wenselijkheid en vorm van een afwegingskader klimaat en ruimte. Zo’n afwegingskader zou bestuurders op alle niveaus in staat moeten stellen om optimaal rekening te houden met klimaatverandering en om investeringen en inrichtingsplannen klimaatbestendig te maken. Dit is een eerste stap op weg om een afwegingskader te maken, wat VROM in overleg met andere partijen op zal pakken in het kader van ARK.
Het afwegingskader heeft tot doel om ruimtelijke plannen en ingrepen te beoordelen op de bijdrage aan klimaatbestendigheid. Daarbij gaat het zowel om:
beoordeling van de klimaatbestendigheid van de huidige of mogelijk toekomstige inrichting van een gebied.
toetsing van ruimtelijke plannen en inrichtingsmaatregelen, en investeringsprogramma’s op klimaatbestendigheid en op hun bijdrage aan de klimaatbestendigheid van een gebied.
De definitiestudie bestaat uit een aantal onderdelen:
Scope bepalen: samen met de relevante partijen als rijksoverheid, provincies, gemeenten en waterschappen, wordt de behoefte, doel en reikwijdte vastgesteld. Hiertoe wordt onder andere een werkatelier met betrokken partijen georganiseerd.
Bestuurlijke en juridische inkadering: het bestuurlijke speelveld moet in beeld worden gebracht en welke wettelijke kaders een rol spelen. Welke mogelijkheden bieden die nu en wat zijn te verwachten ontwikkelingen hierin.
Elementen voor een afwegingskader: de definitiestudie levert geen afwegingskader op. Wel worden de belangrijkste elementen benoemd en afgebakend. Hierbij wordt niet alleen de fysieke kant bekeken (met welke zeespiegelrijzing moet je rekening houden), maar ook de
economische (bijv. hoe weeg je vermeden schade) en gedragswetenschappelijke (bijvoorbeeld hoe weeg je het gevoel van veiligheid bij burgers, welk handelingsperspectief bied je individuen). Het afwegingskader richt zich op adaptatie aan klimaatverandering, maar zal daaraan gerelateerde mitigatie mee laten wegen.
Projectfactsheet
Het project “Klimaatdata” heeft als doel om gegevens uit de KNMI klimatologische database (historische data) en klimatologische data voor de toekomst beschikbaar te maken voor professionele gebruikers en deelnemers in het programma “Klimaat voor Ruimte”. De op te zetten structuur, waarbinnen de gegevens beschikbaar worden gesteld, moet zoveel mogelijk bruikbaar zijn voor toekomstige programma's, zoals Kennis voor Klimaat en andere gebruikers in het algemeen.
COM29 - Klimaat in de stedelijke omgeving
Status
Ingediend ter bespreking in Programmaraad en Bestuur
Projectleider
Dhr. dr. Bert van Hove Bert.vanHove(at)wur.nl, prof.dr. Bert Holtslag, ir. Eddy Moors, Alterra Wageningen UR
Consortium
MAQ, ESS CC, Wageningen UR
Beschrijving
Het project zal methoden ontwikkelen voor het modelleren van het effect van het huidige en toekomstige klimaat in Nedelandse steden op de volgende meteorologische variabelen: straling, temperatuur, luchtvochtigheid, wind en turbulentie. Met deze methoden moet de effectiviteit van verschillende adaptatiemaatregelen kunnen worden bepaald. In een volgende fase zullen deze methoden integrerende instrumenten worden in het stedelijke ontwerpproces.