|
Het verbeteren van modellen
Veel aandacht was er op de dag ook voor het koppelen van modellen. Mondiale klimaatmodellen, zoals ECEarth, worden gekoppeld aan het RACMO model binnen het Klimaat voor Ruimte programma. Aan de hand van de natte maand augustus uit 2006, legde Frank Selten van het CS5 project legde uit dat bij dezelfde meteorologische condities het weer toch verschillende dingen kan doen. Daarom is 1 keer een run van het RACMO model niet genoeg om inzicht te hebben in wat er allemaal kan gebeuren met het klimaat en worden de modellen met dezelfde randvoorwaarden verschillende malen doorlopen. De serie van uitkomsten worden 'Ensembles' genoemd.
Er was aandacht hoe fysische processen in de bodem en de vegetatie in het RACMO model zijn verwerkt. In het CS3 project wordt gewerkt om de onderliggende processen nauwkeuriger te modelleren en er is aandacht voor het vergelijken van de modelresultaten met remote sensing beelden. Ook heeft landgebruik invloed op de uitstoot van broeikasgassen, de ME projecten in het klimaat voor Ruimte programma besteden hier veel aandacht aan in hun onderzoek.
Femke de Jong van het NIOZ, een medewerker uit project CS1 vergeleek de uitkomsten van een mondiaal klimaatmodel met observaties van watertemperatuur, zoutgehalte en stratificatiepatronen in de Irminger zee uit de afgelopen 20 jaar.
|